De zorg voor kinderen


Nieuw op de Jozefschool

Kinderen die vier jaar worden, mogen op hun verjaardag voor het eerst naar school. Vanaf vijf weken voor de verjaardag kan uw kind al maximaal vijf dagdelen op kennismakings- bezoek komen. Op de verjaardag mag uw kind voor het eerst echt naar school. Na ± zes weken volgt een gesprek met u over de startperiode van uw kind bij ons op school.

Inschrijving van nieuwe leerlingen vanaf groep 3 is alleen mogelijk nadat er aan een aantal voorwaarden voldaan is. Eerst wordt er gekeken of de samenstelling van de groep plaatsing toelaat. Deze beslissing wordt mede genomen op basis van een kort onderwijskundig onderzoek om het didactisch niveau van het kind vast te stellen. Het onderwijskundig rapport van de vorige school moet beschikbaar zijn en er moet op directieniveau contact geweest zijn. Uiteindelijk beslist de directie of uw kind geplaatst wordt.

Overigens verlenen wij bij de aanname van nieuwe leerlingen voorrang aan broertjes / zusjes van huidige leerlingen, daarna volgen de kinderen uit onze regio.

Alle nieuwe leerlingen worden in hun eerste weken op de Jozefschool nauwlettend geobserveerd, zodat eventuele gewenningsproblemen opgemerkt en waar nodig ook verholpen kunnen worden. Indien gewenst is er intensief contact tussen ouder(s) en leerkracht(en) om de wederzijdse bevindingen uit te wisselen. In bepaalde gevallen kan er worden gekozen voor ondersteuning in de vorm van bijvoorbeeld remedial teaching. → bij kleuters beginnen wij nooit direct met HP (uitzondering:  rugzak)

Het leerlingvolgsysteem: zicht op de ontwikkeling

Naast de methode gebonden toetsen, om de vorderingen van de kinderen vast te leggen, worden er regelmatig toetsen van het CITO afgenomen. De leerkracht maakt een analyse van de resultaten en stemt daar extra activiteiten binnen de betreffende methode op af. Naast het toetsen observeert de leerkracht ook. Hierbij richt de leerkracht zich vooral op het leerproces, op de manier waarop de leerling het leren aanpakt en op de sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerling. Op sociaal-emotioneel gebied worden de leerlingen van groep 1 t/m 3 gevolgd met behulp van observatie instrument Memelink.

Zo wordt een prima beeld verkregen van hoe en hoever de kinderen vooruit zijn gegaan 

Het is prettig om daarnaast ook een objectief oordeel te hebben; een meetlat waarmee de ontwikkeling van het kind ten opzichte van zichzelf en ten opzichte van de groep aan een landelijke norm gekoppeld kan worden. 

Hiervoor heeft de Jozefschool daarom gekozen voor het leerlingvolgsysteem van het Centraal Instituut voor Toets Ontwikkeling, beter bekend als CITO.

Het CITO-leerlingvolgsysteem is niet aan een bepaalde methode gebonden. Het levert aanvullende gegevens over de leervorderingen van de leerlingen van groep 1 t/m 8 en maakt zo duidelijk hoeveel een kind in een bepaalde periode heeft ‘bijgeleerd’.

Drie keer per jaar houdt de IB-er/intern begeleider een groepsbespreking met de leerkracht waarin de toetsresulaten en het gedrag van de leerlingen besproken worden. Er wordt gekeken naar individuele leerlingen, de groep en de doorgaande lijn binnen de school. Deze bespreking vindt plaats volgens de uitgangspunten van het handelingsgericht werken. 

Twee keer per jaar wordt ook schoolbreed kritisch naar de resultaten van het CITO leerlingvolgsysteem van alle groepen gekeken. Naar aanleiding van deze besprekingen en de resultaten worden er nieuwe groepsplannen opgesteld. Dit wordt drie keer per jaar met de intern begeleider besproken en geëvalueerd. Dit wordt door de groepsleerkracht met de ouders besproken. Kinderen met speciale behoeften krijgen daarnaast een individueel handelingsplan.

 Als uw kind voor extra hulp in aanmerking komt, wordt u daar uiteraard direct van op de hoogte gesteld.

De extra  hulp wordt in eerste instantie gegeven door de leerkracht zelf. Mocht de hulp niet afdoende zijn, dan wordt de hulp van de intern begeleider ingeroepen.

Alle gegevens van de leerlingen, zoals toetsuitslagen, informatie over de gezinssituatie die van belang is, leerlingbesprekingen, gesprekken met ouders, rapportgegevens van de verschillende jaren en eventuele onderzoeken en handelingsplannen worden opegslagen in het digitaal leerlingdossier van Parnassys. 

In de loop van het schooljaar worden de volgende CITO-LOVStoetsen afgenomen.

Rekenen voor kleuters (groep 1* en 2)

Taal voor kleuters (groep 1* en 2)

Drie minuten toets (technisch lezen) (groep 3 t/m 8)

Avi-leestoets (groep 3 t/m 8)

Begrijpend lezen (groep 3 t/m 8)

Spelling (groep 3 t/m 8) 

Rekenen en wiskunde (groep 3 t/m 8)

Tempotoets rekenen (groep 4 t/m 6)

Entreetoets (groep 7)

Eindtoets (groep 8).

* dit geldt voor de kinderen die langer dan 4 maanden onderwijs gevolgd hebben.

De leerlingen van groep 2 t/m 8 krijgen drie keer per jaar een rapport.

De eerste twee rapporten worden uitgereikt vlak voor de tienminutengesprekken over uw kind. Bij het derde rapport is een gesprek met de leerkracht alleen op aanvraag mogelijk.

Zorg voor de individuele leerling

Voor leerlingen met leermoeilijkheden en/of ontwikkelingsmoeilijkheden stellen de groepsleerkracht eventueel in overleg met de intern begeleider een handelingsplan op. In dit plan staat beschreven hoe de leerkracht de komende weken deze leerling gaat begeleiden. De zorg vindt plaats in de groep. Al in de onderbouw wordt hier veel tijd en aandacht aan geschonken, want hoe eerder mogelijke leerproblemen worden onderkend, des te sneller kunnen ze vaak met succes verholpen worden.

Na verloop van 6 tot 8 weken wordt er gecontroleerd of de extra ondersteuning effect heeft gehad.

Het is niet de bedoeling dat leerlingen jarenlang afhankelijk zijn van systematisch extra hulp Mocht een leerling met één of meerdere vakgebieden moeite houden, dan stellen wij voor hem of haar een apart lesprogramma op. Voor deze leerling wordt een ontwikkelingsperspectief opgesteld. Dit perspectief bepaalt mede de leerstofplanning voor die leerling gedurende de daarop volgende schooljaren. Het ontwikkelingsperspectief wordt halfjaarlijks geëvalueerd en zo nodig bijgesteld door de intern begeleider en de groepsleerkracht.

Ook voor meer- of hoogbegaafde leerlingen is individuele leerlingenzorg beschikbaar. In feite wordt daarbij hetzelfde traject gevolgd, zij het dat er een groter beroep gedaan wordt op de zelfstandigheid en het vermogen om individueel een op maat gesneden programma te doorlopen. Op onze school werken wij met het Digitaal Handelingsprotocol Hoogbegaafdheid. 

Bij de zorg voor de individuele leerling en de verbreding daarvan binnen de school, worden het team en de directie ondersteund door medewerkers van de schoolbegeleidingsdienst EDUNIEK. Deze dienst kan ook een psychologisch leerlingonderzoek voor de school verzorgen. Een dergelijk onderzoek kan, op verzoek van de school en na toestemming van de ouders, plaats vinden als een kind één of meer leer / gedragsproblemen heeft. 

Het onderzoek wordt in de regel op school uitgevoerd, door een bevoegd psycholoog of orthopedagoog. De resultaten worden met zowel de ouders als de leerkracht besproken. 

Als wij als school het leerprobleem kunnen verhelpen, wordt er met en voor ons een handelingsplan opgesteld. Soms kan het echter nodig zijn om het kind te verwijzen naar een vorm van speciaal onderwijs.

Het EDUNIEK assisteert de school ook bij zaken als bij het aanschaffen van nieuwe lesmethoden en het verbeteren van de schoolorganisatie.

Leeskliniek

Op onze school hebben wij een interne Leeskliniek. De Leeskliniek staat onder verantwoordelijkheid van de leesspecialist van onze school. Deze Leeskliniek werkt nauw samen met het samenwerkingsverband Het Gooi en omstreken. Op dit moment zijn twee leerkrachten geheel geschoold om de Leeskliniek vorm te geven.

Kinderen met hardnekkige leesproblemen komen in aanmerking voor behandeling in de Leeskliniek. Er kunnen drie kinderen gedurende 40 sessies behandeld worden.

Als de school (leerkracht/intern begeleider) denkt, dat een kind in aanmerking komt voor deze behandeling, zal na overleg met de ouders besloten worden of het kind behandeld wordt in de Leeskliniek. Voordat een kind behandeld gaat worden, moeten de leerkrachten een onderwijskundig rapport invullen. Het kan zijn dat een kind eerst op de wachtlijst geplaatst moet worden.

- Aan de ouders en aan leerkrachten wordt meegedeeld wanneer er begonnen wordt. Tevens worden afspraken gemaakt over de tijden en over de inzet van alle betrokkenen. Er wordt een handelingsplan opgezet.

- Er vinden twee sessies per week plaats, elk van 45 minuten. De sessies verlopen volgens een vast patroon.

- Na tien sessies is er een verslag voor ouders en  leerkrachten. Er wordt dan besloten of er meer sessies zullen komen ( gemiddeld zijn veertig sessies nodig). 

- Tot slot volgt er een eindevaluatie met aanbevelingen voor het vervolg op school en thuis.

Weer samen naar school

Vanuit de overheid wordt er op aangedrongen het aantal verwijzingen naar het speciaal onderwijs terug te dringen. Om dat te realiseren is er een verwijzingsprocedure vastgelegd, waar elke school zich aan dient te houden. 

Op initiatief van het ministerie van OC&W is er sinds enige jaren een nauwe samenwerking tussen basisscholen en scholen voor speciaal onderwijs in de regio, onder de noemer ‘Weer samen naar school’ (WSNS). Er is in Nederland inmiddels een dekkend netwerk van zulke samenwerkingsverbanden ontstaan. 

Dankzij deze samenwerking kunnen basisscholen gebruik maken van de expertise van scholen voor speciaal onderwijs, bijvoorbeeld in de vorm van ambulante begeleiding. Ook kunnen zij zo goed geadviseerd worden over de mogelijke plaatsing van leerlingen in een andere vorm van onderwijs.

Wij vallen onder het samenwerkingsverband “Het Gooi en omstreken”.

Zorg Advies Team

Twee keer per jaar komt het Zorg Advies Team (ZAT) bijeen. Deze bijeenkomst wordt bijgewoond door de school maatschappelijk werker (Versa), de leerplichtambtenaar, de GGD en de intern begeleider. In dit overleg bespreken wij kinderen en/of gezinnen die extra begeleiding nodig hebben op het gebied van maatschappelijk werk, opvoedondersteuning en andere specifieke zorgbehoeften.

Het zorgplan van de Jozefschool

Zodra u uw kind aanmeldt, hebben wij als school ‘zorg’ voor uw kind. Deze zorg is een grote verantwoordelijkheid, die op een zo goed mogelijke manier gedragen moet worden. 

Er zijn grote verschillen tussen kinderen. Ieder kind is uniek, ieder kind is anders. En ieder kind komt uit een gezinssituatie waar in de omgang met anderen bepaalde normen, regels en afspraken gelden. Op al die verschillen moet de school attent zijn.

Zoals eerder vermeld worden de individuele vorderingen van leerlingen nauwkeurig bijgehouden, beoordeeld en onderzocht met onder meer toetsen, observaties en een leerlingvolgsysteem. Om eventuele problemen voor te zijn werken wij daarnaast met een zorgplan, dat is opgesteld in overleg met alle basisscholen in het Gooi en omstreken. 

Het zorgplan omvat vijf opeenvolgende stappen, die hieronder worden toegelicht. 

1. Algemene zorg

De leerkracht probeert tijdens de lessen een sfeer te scheppen, waarin zoveel mogelijk kinderen zich thuis voelen en waarin ook zoveel mogelijk kinderen optimaal van het geboden onderwijs kunnen profiteren. De groepsleerkracht houdt u van de resultaten van uw kind op de hoogte. Maakt de leerkracht zich zorgen over de prestaties of het gedrag van uw kind, dan wordt er overgegaan naar stap 2.

2. Extra zorg

De leerkracht bespreekt de zorgen ten aanzien van uw kind met de intern begeleider. Dat is een leerkracht op onze school die zich speciaal bezig houdt met de leerlingenzorg. Naar aanleiding van dit overleg kan besloten worden om:

de leerkracht een bepaald onderdeel van de lesstof met (een groot deel van) de groep nog eens te laten herhalen;

de intern begeleider een observatie in de klas te laten uitvoeren;

de leerkracht tijdelijk extra ondersteuning aan uw kind te laten geven (alleen of samen met andere kinderen);

een preventief ambulant begeleider (PAB) te raadplegen.

Na een afgesproken periode wordt bekeken of de extra zorg succes heeft gehad. Als dat niet het geval is, wordt er overgegaan naar stap 3.

3. Speciale zorg na onderzoek en/of advies van o.a. EDUNIEK

Om meer inzicht in het probleem van uw kind te krijgen doet de intern begeleider nader onderzoek. Ook kan zij advies aan een deskundige van het EDUNIEK vragen. Naar aanleiding van een onderzoek en/of advisering door het EDUNIEK wordt er samen met de leerkracht een nieuw plan gemaakt om uw kind verder te helpen.Soms is het probleem zo ernstig dat er overgegaan wordt naar stap 4 van het zorgplan.

4A. Speciale zorg na onderzoek door het EDUNIEK of de P.C.L.

Op verzoek van de school of van uzelf voert een EDUNIEK-deskundige een onderzoek uit. Een dergelijk onderzoek wordt altijd voorafgegaan door een gesprek tussen u en een medewerkster van EDUNIEK. Na afloop krijgt u een verslag van de resultaten van het onderzoek. 

Aan de hand van dit onderzoek kan besloten worden dat:

uw kind extra begeleiding en/of een speciale manier van werken aangeboden krijgt op de eigen school gedurende een langere periode;

er nog meer, gespecialiseerd onderzoek gedaan zal worden via de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL). Hier wordt voor gekozen als er grote twijfels bestaan of extra begeleiding, in welke vorm dan ook, op de eigen school nog mogelijk is;

Nader onderzoek bij een andere instantie wenselijk is.

4B. Zeer speciale zorg via de PCL-intake

De Permanente Commissie Leerlingenzorg-intake beoordeelt of aanvullend onderzoek nodig is en welke begeleiding er mogelijk is. Het advies van de commissie kan leiden tot:

extra begeleiding binnen de eigen school met behulp van een deskundige van buiten de school;

plaatsing op een andere basisschool;

plaatsing op een school voor speciaal onderwijs. In dat geval wordt er overgegaan naar stap 5.

5. Zeer speciale zorg in het speciaal basisonderwijs

Als alle betrokkenen het erover eens zijn dat uw kind binnen een basisschool niet verantwoord begeleid kan worden, komt het kind in aanmerking voor het speciaal onderwijs. De PCL geeft hiervoor een aparte beschikking af.

Rapportage

In ons digitaal leerlingdossier worden alle afspraken, onderzoeken en adviezen bijgehouden. 

Het werk van de Permanente Commissie Leerlingenzorg

Alle samenwerkingsverbanden van basisscholen en scholen voor speciaal onderwijs zijn wettelijk verplicht een Permanente Commissie Leerlingenzorg in te richten. In de commissie, die uit drie leden bestaat, zijn deskundigen uit het speciaal onderwijs, het basisonderwijs en de onderwijsverzorging vertegenwoordigd. De taak van de PCL is om voor aangemelde leerlingen te onderzoeken of een plaats op de speciale school voor basisonderwijs (SBO) noodzakelijk is. 

De aanmelding dient formeel door de ouders gedaan te worden, maar in de praktijk zal het meestal de school zijn die dit namens de ouders doet. De ouders moeten de aanvraag uiteraard wel ondertekenen.

Als de aangemelde leerling onderwijs heeft genoten, is de school verplicht een onderwijskundig rapport op te stellen. Uit dit rapport moet onder meer blijken waarom en waarvoor de leerling wordt aangemeld, welke hulp en zorg de school geboden heeft en wat het resultaat daarvan was, hoe het ontwikkelingsprofiel eruit ziet en welke onderzoeksgegevens er bekend zijn. In het onderwijskundig rapport staan ook relevante gegevens op fysiek of functioneel gebied en informatie over het gezin, de leeromgeving of de vrije tijd. Als ouder kunt u ook informatie van derden aanbieden, bijvoorbeeld een onderzoek dat door uzelf georganiseerd is.

Met de aanmelding van uw kind bij de PCL geeft u ook toestemming voor inzage in school- en onderzoeksgegevens en voor eventueel nader onderzoek.

In het speciaal onderwijs is veel ervaring opgedaan met kinderen die in het basisonderwijs problemen hebben. Deskundigen uit het speciaal onderwijs kunnen daarom goed worden ingezet voor nader onderzoek. Als een nader onderzoek volgens de PCL nodig is, dan gaat dat om één of meer van de volgende activiteiten.

Een gesprek van u met een schoolmaatschappelijke werker  Zij bespreekt met u hoe u de problemen van uw kind ziet en hoe het thuis met uw kind gaat.

Nader onderzoek naar het lezen, schrijven, rekenen of de leervoorwaarden van uw kind (didactisch onderzoek).

Nader onderzoek naar de verstandelijke mogelijkheden en/of de persoonlijkheidskenmerken van uw kind (psychologisch onderzoek).

Onderzoek naar de lichamelijke ontwikkeling en gezondheidstoestand (medisch onderzoek).

Nader onderzoek is overigens niet altijd nodig. Er kan al voldoende onderzoek door het EDUNIEK of een andere instelling gedaan zijn. Ook kan uit het verslag van de basisschool al direct blijken welke vorm van extra begeleiding op de basisschool voor uw kind het meest geschikt is. 

Als de gegevens onduidelijk zijn, kunnen de ouders en/of de school gevraagd worden om een toelichting te geven. 

Soms worden er aanvullende vormen van begeleiding geadviseerd, zoals fysiotherapie, speltherapie en hulp in de thuissituatie of de vrije tijd. De problemen van uw kind kunnen ook vragen om speciale zorg die alleen in een school voor zeer speciaal onderwijs gegeven kan worden. Daarbij valt te denken aan een school voor zeer moeilijk lerende kinderen, een school voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen of een school voor kinderen met ernstige spreektaalmoeilijkheden.

U ontvangt schriftelijk bericht of uw kind al dan niet voor het speciaal onderwijs in aanmerking komt. De beschikking van de PCL geldt alleen voor het Weer samen naar school-gebied Het Gooi en omstreken. Bij een negatieve beschikking mag uw kind niet geplaatst worden op de Speciaal Basis Onderwijs-school in ons WSNS-gebied.  Bij een positieve beschikking bepaalt uiteindelijk het bevoegd gezag van de SBO-school of en wanneer uw kind geplaatst kan worden.

Aanmeldingsgegevens, onderzoeken en gesprekken worden door ons als zeer vertrouwelijk beschouwd. Naast de school kunnen anderen alleen met uw schriftelijke toestemming informatie over uw kind verkrijgen.

Voor verdere vragen verwijzen wij u graag naar de PCL zelf.

Het 'Rugzakje'

Leerlingen met een leerlinggebonden financiering (het zogenaamde ‘rugzakje’) ontvangen extra begeleiding. Dit gebeurt in nauw overleg met de ambulante begeleiding van het Regionaal Expertise Centrum, waaronder de betreffende leerling valt.

Ons zorgbeleid streeft naar optimale zorg voor alle kinderen Per groep kunnen we ongeveer twee kinderen speciale onderwijsbehoeften plaatsen, omdat wij de goede zorg voor alle leerlingen willen waarborgen. 

Ouders waarvan hun kind in aanmerking komt voor een rugzakfinanciering en die willen kiezen voor een school in de buurt, kunnen daarover met de directie contact opnemen.

Als team staan wij positief tegenover het “Samen naar school gaan” en willen wij met ouders altijd de mogelijkheden goed bespreken.

Vanuit onze zorgstructuur is extra aandacht voor kinderen met een handicap mogelijk, maar zij kent ook beperkingen (ook qua aantal). Om u als ouder goed op de hoogte te stellen van onze mogelijkheden en onmogelijkheden hanteren wij criteria en laten wij ons adviseren door de landelijke adviescommissie. Voor een afspraak kunt u zich wenden tot de directeur.

Daarnaast kunnen wij u mededelen, dat kinderen met een speciale onderwijsbehoeften ten allen tijden in de teamvergadering worden besproken, alvorens een beslissing wordt genomen dit kind op school aan te nemen.

Op dit moment maken acht leerlingen op school gebruik van een rugzakje. Een leerkracht is speciaal voor deze leerlingen drie dagen per week aangetrokken.